- Gepubliceerd door
- Vrouw tot Vrouw
- Gepubliceerd op
- 29 september 2025
- Categorieën
- Artikelen
- Link in bio
- Tags
- bijbelstudie
- toewijding
De onnaspeurlijke rijkdom van Christus
Tekst: Hanna Jongejan, redactielid online toerusting
Wie is Christus voor jou? Wie is Hij volgens jou? C.S. Lewis schrijft in een van zijn brieven dat de vereniging van grote onstuimigheid en extreme tederheid het meest opvallend is aan God. Kijk maar naar de schepping. Een woeste zee en een tere vlinder komen allebei uit dezelfde scheppende hand.
In ons hoofd dragen we allemaal een beeld mee van Wie Christus is. ‘Maar,’ zo schrijft Lewis: ‘je nadert de ware Mens achter alle gipsen poppen die voor Hem in de plaats zijn gesteld. Dit is de verschijning in menselijke vorm van de God Die de tijger én het lam heeft gemaakt, de lawine én de roos. Hij zal je beangstigen en verwarren: maar de ware Christus kán worden bemind en bewonderd, de pop niet.’
WhatsApp
Volg Vrouw tot Vrouw nu ook via WhatsApp! Klik daarvoor op deze link.
De zegels van het Woord
Geestelijke groei begint bij God kennen. Daar heb je een heel leven voor nodig. En de eeuwigheid om het te kunnen bevatten. Dane Ortlund schrijft in zijn boek ‘Dieper. Echte verandering voor echte zondaars’: ‘Beslis vandaag, voor Gods aangezicht, dat je de rest van je leven de onnaspeurlijke rijkdom van de ware Christus zult verkennen, met behulp van de Bijbel en goede boeken die deze uitleggen. Laat je door Hem, in al Zijn eindeloze volheid, zó liefhebben dat je groeit.’
Wat verlangt Christus van de Zijnen? Daar gaat het onder andere over in Efeze 5. De verzen 22 tot 33 gaan over de verhouding tussen de man en de vrouw. De liefde tussen man en vrouw wordt vergeleken met de liefde tussen Christus en Zijn bruidsgemeente. Het gedeelte is doortrokken van liefde. We lezen over de onuitsprekelijke liefde van Christus voor Zijn bruidsgemeente. ‘Opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn’ (Efeze 5:26-27). Hij gaf Zichzelf voor de Zijnen. Hij maakte de Zijnen tot Zijn eigendom. En nu vormt Hij Zijn gemeente, zodat we geschikt gemaakt worden om straks bij Hem te zijn. Daarvoor is het nodig dat we elke dag opnieuw gereinigd worden. Schoongemaakt. Daar is de doop het teken van. De sacramenten worden ook wel de zegels van het Woord genoemd. We kunnen niet leven zonder een open Bijbel, waarin Hij Zich bekendmaakt.
Geestelijke groei begint bij God kennen. Daar heb je een heel leven voor nodig.
Waar je van houdt, laat zien wie je bent
Het gedeelte uit Efeze 5 spreekt ook over heiliging. Door de heiliging wordt de gemeente volkomen op Christus gericht. Waar je van houdt, laat zien wie je bent. En als je van Christus bent, maak je keuzes die horen bij Hem. In de Kingcomments bij dit gedeelte staat: ‘Hij wil al haar liefde op Zich richten op de plaats waar Hij is, in de hemelse gewesten. Hij wil haar interesseren voor wat zij tot in eeuwigheid zal zijn in verbinding met Hem. Hij wil Zijn bruid altijd onder de indruk brengen van haar verbondenheid met Hem, Die nu al in de heerlijkheid is.’
Leeg worden van onszelf, om vol te worden van God. Dat klinkt misschien als een tegenstelling. Toch ligt hierin juist een diepe rijkdom verscholen. Het doet me denken aan wat Sara Nevius schreef (1632-1706). Voor haar twintigste levensjaar werd ze weduwe en had ze al twee kinderen verloren. Later verloor ze nog eens vier van haar vijf kinderen. Toch werd haar leven hier niet alleen door gekenmerkt. Ze had God lief. Ze schrijft: ‘Om uzelf te bevoorraden, moet u juist al uw vaten leegmaken, mijn ziel, in de hoop dat ze gevuld mogen worden, misschien niet alle, maar dan toch enige. Dan mag u hoop koesteren, dat u in al die vaten die u heel grondig leegmaakt, wat krijgen zult. Maar kom vooral ook met deze geledigde vaten tot uw Heere, opdat Hij Zich over u ontfermt als Hij ze ziet en vanuit Zijn volheid weer vult. Toon Hem meteen uw mismaaktheid, waarmee Hij Zich niet verenigen kan, opdat Hij Zich ook daarover ontfermt. (…) Maak dan uw vaten leeg, die u zo graag gevuld wilt hebben. Versta hieronder: ze moeten leeg zijn van uw vuil, van uw klatergoud, van uw zonde en van uw schijndeugden.’
Hier zullen we nooit zijn zoals we willen. Ortlund schrijft dat het kwaad geen eilandje is van ons innerlijk bestaan, maar de oceaan. Zolang we leven, dragen we een hart met ons mee dat vol kwaad is en waarin onverstand huist (Prediker 9:3). Voordat de gelovigen zullen delen in Zijn heerlijkheid, zullen ze niet zonder vlek en rimpel zijn. Maar wanneer de Zijnen met Hem verenigd worden en opgenomen worden in Zijn heerlijkheid, zal Zijn gemeente zonder smet of rimpel zijn. Heilig en smetteloos (Efeze 5:27). Niet te bevatten. Onderweg naar Zijn heerlijkheid mag je het hoofd omhoog heffen, om over de wereld te gaan met een stukje hemel in je hart.